Categorie archief: Life

Een minuut stilte – Voor mij.

Het geluid van een klapperende lijn langs een vlaggenmast. Een fluitende vogel en een enkele auto. Verder is het stil. Woensdag 23 juli 2014 om 16:00 uur staat een groot deel van Nederland een minuut stil bij vliegtuigramp die de wereld verleden week raakte.

Ik heb maar enkele momenten van de ceremonie en de voortzetting ervan gezien. Nederig, vol medeleven met de nabestaanden en betrokkenen, dankbaar voor mijn eigen leven, maar ook verward. De enorme opkomst van mensen, de immense media-aandacht. De uitbundigheid. Naast de gebruikelijke emoties voelde ik ook onbegrip, walging, afschuw en verwondering. Ik begrijp mijn landgenoten niet.

Er was geen ontkomen aan. Zoveel Nederlanders, zoveel connecties. Haast iedereen kende wel iemand die, of iemand die iemand kende die, was omgekomen. En anders leek het wel of je de slachtoffers kende. Foto’s en verhalen, gedichten en nagedachtenissen verspreidden zich als lopende vuurtjes over het Internet.

De klok slaat 16:00 uur en ik sluit mijn ogen. Aan de slachtoffers hoef ik niet te denken. Ja, leven is verwoest, vergaan, verspild. Maar ik sta misschien wel nergens neutraler tegenover dan dood zijn. Ik kende niemand die is omgekomen dus ik rouw niet persoonlijk. Ik denk aan de moeder die haar kind naar Schiphol brengt, voorzien van grote rugtas. De plotseling onbewoonde huizen in Hilversum met post op de deurmatten. De ongebruikte fietsen in de schuren en de in het verschiet liggende begrafenissen. Familie, vrienden, klasgenoten. Koffie en cake. Ik denk aan een foto die een collega mij vandaag liet zien. Een kind zonder hoofd, ergens in de buurt van Gaza, misschien. Ik denk aan zijn gefascineerde, bijna enthousiaste gezicht als hij me de walgelijke foto laat zien.  Het totaalplaatje is bijna net zo triest als de gesteldheid van het gebombardeerde kind. Ik denk aan de mensen die ik ken en ben dankbaar dat ik hen niet hoef te missen. Ik denk aan de afdeling oncologie. Is lijden niet erger dan sterven? Nabestaanden lijden, slachtoffers zijn dood.

Er ontstaat rumoer en mensen komen langzaam weer in beweging.

Later zie ik op tv beelden van de rouwstoet. De vele omstanders maken foto’s met hun telefoons die snel zullen opduiken in berichten op Facebook. Waarom moet medeleven zo tentoongesteld worden? Doen mensen dit voor zichzelf? Wat is dit? Samen rouwen mag steun geven, maar wanneer rouwen we om onbekenden?

Aan deze mensen, en ook aan anderen, zou ik een vraag vragen willen stellen. Het lijkt misschien wel zo, maar het is geen vraag waar je direct een gepast antwoord op kunt geven. Jullie leven enorm mee met deze ramp en alle betrokkenen. Waarom? Begrijp me niet verkeerd, ik vraag mij niet af wat er erg is aan de ramp; ik zou de afgelopen dagen en komende tijd diep snikkend achter mijn computer (hebben) kunnen doorbrengen. Maar waarom deze ramp? Wat maakt dat het overlijden van Nederlanders erger is dan Sudanezen, Turken, Peruanen, Duitsers? De afstand? De cultuur? Een gezamenlijk voetbalteam? Paspoort? Unox? Het idee dat we het zelf hadden kunnen zijn? Maakt dat de dood van een ander erger? Aan aantallen kan het in ieder geval niet liggen.

Dat er zo meegeleefd wordt, geeft hoop. Het laat zien dat we nog niet zijn afgestompt. Mensen leggen bloemen neer voor andere mensen, zonder eigenbelang. Maar bij motieven en perspectieven rijzen mij vragen. En enkelingen die lachend foto’s maken, doen mij de tv uitzetten. Ramptoerisme.

Rampen voltrekken zich elke dag, overal. Daar kun je niet continu bij stilstaan. Wel kun je proberen dankbaar te zijn, vrij, tevreden en nederig. Uit respect voor hen die dat niet kunnen. Soms  vind ik het jammer dat ik atheïst ben, al vond ik mijn eigen manier om me bewust te zijn van waarde en leven. Elke dag.

In de eerste plaats ben ik een mens. Alle mensen zijn mijn medemensen.

Rijs boven je kringetjes met connecties uit. Voel je een wereldburger. Ze maken elkaar af, elke dag, duizenden. Kloppende harten, armen en benen, ogen. Allen met hun eigen verleden en verhalen. Ik wil absoluut niets afdoen aan deze situatie. Bovendien, je wieg staat waar hij staat. Maar een beetje breder strekkend bewustzijn van alle mensen, zou ons zo waanzinnig veel ellende kunnen besparen. Denk daar, alsjeblieft, even over na. Natuurlijk ben ik niet bang voor jullie reacties; graag zelfs. Ik ben echt benieuwd waarom mensen dit zo intens ervaren en willen ervaren. Sentimentele voorbeelden zijn niet nodig, daar kunnen we alle bibliotheken van de wereld mee vullen. Kijk naar jezelf en vraag je af of je een mens bent, een Nederlander, een ramptoerist, een door social media beïnvloed mens met emoties. Een vis in een kom of een vogel in de lucht.

Ik probeer niemand ergens van te overtuigen. Evenmin vraag ik jullie alle leed van de wereld persoonlijk aan te trekken, dat noem ik ook lijden. Ik vraag me wel af waar het wezenlijke empathische verschil in zit tussen een neergestort kind uit Nederland en een verkracht kind in India.

En nee, we hebben vaak geen invloed op ellende waar dan ook. Maar wel op onszelf. Stop met klagen, of sterf een 80 jaar durend sterfbed. Wanneer de dood als een verlossing komt, is leven pas echt een lijdensweg.

Laat de discussie maar woeden. Misschien hebben we er iets aan.

Time heals nothing

Like a lost file in an archive, your most painful memories rest somewhere nearly untraceable in your head for months or even years,  without having any effect on you. Although they are always there;  somehow they cannot touch or reach you. Hovering around invisibly,  almost as if long forgotten. You are doing beautifully fine, life is good and things are looking up. Besides, compared to what some other people have been through, your story, your problem: it seems unworthy to even mention.

I have never been a self-pity kind of person.

But then again, the time will come when the winds change and the files that appeared to have been forgotten about, run their stories clearer and louder than ever before. When something or someone has hurt you so deeply, there is no such thing as forgetting. There is no healing, not even scars. Forever you will carry it with you, waiting inside for a moment of silence, a moment of weakness to rearise.

I hadn’t thought of it for many months.

My hands turn into fists, My heart is beating fast, my body is tense and my jaws are clenched together. I am laying on the couch with my knees pulled up to my chin. My eyelids firmly closed. If only I could relax my jaws, I would cry. Right now I can’t even breathe, I can’t hear. It feels like I’m burning, screaming in silence and suddenly feeling like it all happened only yesterday.

The sound of a ticking clock reaches me.

Finally I can take a deep breath.

My body relaxes.  I shiver and tears start streaming down my face. It feels like I’ve been away for hours instead of seconds.  It reminds me of sleeping.

Your heart never forgets, for time does not exist. A realization that puzzles me time after time. Sometimes in a good way, luckily.

Geluk in eenzaamheid

Door het vuile treinraam kijk ik naar buiten. Het voortdurende geluid van de trein maakt me rustig. Het is een koude avond en de lucht is zachtroze en oranje, alsof de ondergaande zon haar kleuren nog bij zich moet roepen voordat ook zij gaat slapen. De dorpen zijn donker omhuld in hun lange schaduwen.

De treinrails is hoger gelegen dan de omliggende bebouwing. Honderden daken rusten in de schemer. Duizenden daken trekken rustig aan me voorbij. Onder die daken, tussen die muren, bevinden zich talloze verhalen. Vrolijke, onwaarschijnlijke, eenvoudige of hartverscheurende verhalen. Verhalen met veel zorgen, over ziekte, familie, leugens of geld. Verhalen die hoop kunnen geven, over liefde, vriendschap, geluk.

Ik zal ze nooit kennen en ben me bewust van de kleine en sterfelijke schakel die ik ben in een ketting die er altijd zal zijn. Net als de levens in de huizen die in luttele secondes aan mij voorbijgaan. Zo ga ik evenwel voorbij aan hen.

De daken zien er elke avond hetzelfde uit. De routine van de mensen die eronder wonen grotendeels ook. Hun kleding en programma’s die zij kijken op tv. Sommigen van hen zullen onder die daken zijn geboren en sommigen van hen zullen er eveneens sterven. Wat het verhaal nu is, een dag of een mensenleven, de invloed die de mensen er zelf op hebben, lijkt klein.

Zie uzelf eens vanuit de voorbijganger in de trein. Kijk naar uw eigen dak en laat het voorbijgaan. Zie het contrast tussen alles wat u uzelf hebt opgelegd en de kaalheid van uw bestaan. Werkelijk; als u morgen sterft heeft u voor mij niet bestaan.

Kijk naar uw eigen dak en besef dat het niet uitmaakt. Schrijf het verhaal tussen uw eigen muren en doe het voor uzelf.

Vandaag verloor ik dat wat ik het meeste liefhad. Datgene waar mijn hele bestaan zichtbaar en onzichtbaar mee was verweven. Maar vanavond, misschien morgen, begint er een nieuwe alinea onder mijn zelfde dak. U heeft het niet gezien. Ik ben langs u gereisd, en al had u mij wel gezien, dan nog had ik voor u niet bestaan. Ik huil of glimlach. Ik val in slaap omdat ik weet dat het niemand wat kan schelen.